Toen ik met GLP-1 begon, was ik vooral blij met het feit dat ik veel minder honger had. Als je gewend bent om regelmatig aan eten te denken, kan het een vreemde maar ook prettige ervaring zijn wanneer dat ineens veel minder wordt. Je hoeft niet steeds te bedenken wanneer je weer iets gaat eten en je kunt een maaltijd nemen zonder kort daarna alweer met het volgende eetmoment bezig te zijn.
Dat is ook iets wat veel mensen merken wanneer ze met GLP-1 beginnen. Ze hebben minder trek, zitten sneller vol en merken dat kleinere hoeveelheden eten ineens voldoende kunnen zijn. Soms valt het zelfs op dat je een paar uur helemaal niet aan eten hebt gedacht, terwijl dat eerder misschien bijna vanzelfsprekend was. Voor mij was dit ontzettend bevrijdend.
Toch kan er na een tijdje iets gebeuren wat best verwarrend is. Je hebt eigenlijk geen honger, maar je denkt wel aan eten. Je zit na een maaltijd nog lekker vol, maar krijgt ineens zin in chocolade. Of je zit 's avonds op de bank en merkt dat je automatisch denkt aan iets lekkers, terwijl je helemaal niet het gevoel hebt dat je moet eten.
En dan vraag je je misschien af: waarom heb ik dit eigenlijk? Ik gebruik toch GLP-1?
Dat is een begrijpelijke vraag. GLP-1 heeft invloed op honger en verzadiging, maar eten bestaat uit meer dan alleen lichamelijke honger. Je hebt ook te maken met gewoontes, gedachten, hormonen, emoties, je omgeving en de manier waarop je in de loop van de jaren met eten bent omgegaan.
Honger is niet hetzelfde als zin hebben in eten
We gebruiken het woord honger eigenlijk voor verschillende dingen. Wanneer je maag leeg voelt en je lichaam aangeeft dat het tijd is om te eten, heb je het over lichamelijke honger. Maar wanneer je na het eten ineens zin krijgt in iets zoets, is dat iets anders.
Je kunt bijvoorbeeld net gegeten hebben en vervolgens iets ruiken of zien waardoor je opeens zin krijgt in eten. Een gebakje bij de koffie, een zak chips die open gaat tijdens een film of chocolade die toevallig in de kast ligt. Je lichaam heeft dan niet per se voeding nodig, maar je hersenen reageren op iets wat je lekker vindt of waar je aan gewend bent.
Dat verschil kan door GLP-1 juist duidelijker worden. Je kunt merken: ik heb eigenlijk helemaal geen honger, maar ik wil dit wel graag eten.
Daar zit geen goed of fout aan. Je hoeft ook niet iedere keer wanneer je iets wilt eten te onderzoeken waar dat vandaan komt. Eten mag lekker zijn en eten hoort ook bij gezelligheid. Maar als je merkt dat je regelmatig eet zonder honger en je daar eigenlijk vanaf wilt, kan het wel interessant zijn om eens te kijken wat er achter zit.
Je hebt waarschijnlijk meer eetgewoontes dan je denkt
Veel van wat we eten, doen we zonder er echt over na te denken. Misschien hoort een koekje bij je koffie, neem je 's avonds iets lekkers wanneer je televisie gaat kijken of eet je in het weekend op bepaalde momenten omdat je dat altijd zo hebt gedaan.
Dat zijn gewoontes die in de loop van de tijd automatisch kunnen worden.
Je hoeft er nauwelijks een beslissing voor te nemen. Je loopt naar de keuken, opent de kast en pakt iets. Niet omdat je op dat moment bewust hebt bedacht dat je daar behoefte aan hebt, maar omdat dat nu eenmaal is wat je gewend bent.
Wanneer je lichamelijke honger door GLP-1 minder wordt, kun je daar ineens veel bewuster van worden. Je maag geeft niet meer hetzelfde signaal als vroeger, terwijl je hoofd nog wel verwacht dat er op een bepaald moment iets komt.
Dat kan best vreemd zijn, ik ging er in ieder geval zelf wel over nadenken...
Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat je 's avonds denkt: ik hoef eigenlijk niets te eten, maar toch merkt dat je iets mist omdat je gewend bent om op dat moment te snacken. Dan gaat het misschien niet zozeer om honger, maar om het bekende moment en het gevoel dat daarbij hoort.
Dat is iets anders dan een gebrek aan discipline. Het is een gewoonte die je bent gaan herkennen. Twijfel je zelf wel eens of het echt honger is, of toch iets anders? Doe de gratis check: Honger of emotie?
Eten heeft ook met gevoel te maken
En dan is er nog een gedeelte waar GLP-1 natuurlijk geen knop voor kan omzetten: de emotionele kant van eten.
Voor veel mensen is eten door de jaren heen verbonden geraakt met allerlei gevoelens en momenten. Je kunt iets lekkers nemen omdat je verdrietig bent, omdat je een rotdag hebt gehad, omdat je je verveelt of juist omdat je jezelf wilt belonen. Soms is eten simpelweg een momentje waar je naar uitkijkt wanneer de rest van de dag vooral uit verplichtingen heeft bestaan.
Wanneer je lichamelijke honger minder wordt, betekent dat niet automatisch dat die verbinding met eten ook verdwijnt.
Je kunt dus een moeilijke dag hebben en merken dat je ontzettend veel zin hebt in iets lekkers, terwijl je eigenlijk helemaal geen honger hebt. Misschien heb je behoefte aan troost, ontspanning of gewoon even nergens aan hoeven denken.
Maar ook hier hoeft het niet zo zwart-wit te zijn. Als je verdrietig bent, mag je best chocolade eten. Je hoeft niet eerst te bewijzen dat je een andere manier van omgaan met je emoties hebt gevonden voordat je iets lekkers mag nemen.
Het verschil zit vooral in het bewustzijn. Wanneer je weet waarom je iets wilt eten, kun je er ook bewuster voor kiezen. Misschien wil je het gewoon graag en geniet je ervan. Misschien ontdek je juist dat je eigenlijk iets anders nodig hebt. Ik schreef eerder ook over hoe afvallen met GLP-1 ook mentaal iets met je kan doen.
Waarom je soms toch weer meer met eten bezig bent
Veel mensen merken dat de hoeveelheid gedachten over eten verandert gedurende de periode waarin ze GLP-1 gebruiken. In het begin kan het heel rustig worden in je hoofd en later merk je misschien dat je weer wat vaker aan eten denkt of meer trek krijgt.
Dat hoeft niet meteen te betekenen dat je medicijn niet meer werkt.
Er kunnen allerlei dingen meespelen. Misschien slaap je slecht, heb je een stressvolle periode of is je dagelijkse structuur veranderd. Misschien eet je overdag zo weinig dat je lichaam later op de dag duidelijker om voeding vraagt.
Vooral dat laatste is iets om rekening mee te houden. Wanneer je nauwelijks honger hebt, kan het verleidelijk zijn om maaltijden kleiner te maken of tussendoor bijna niets te eten. Overdag lijkt dat misschien makkelijk, maar later op de dag kan de trek alsnog komen.
Dan kun je het gevoel krijgen dat je ineens geen controle meer hebt, terwijl je lichaam misschien simpelweg probeert duidelijk te maken dat het meer voeding nodig heeft.
Minder eten is daarom niet automatisch beter. Zeker wanneer je afvalt, blijft het belangrijk om voldoende en gevarieerd te eten en aandacht te hebben voor onder andere eiwitten, vezels, vitamines, mineralen en voldoende energie. Ook het behouden van spiermassa verdient aandacht.
En waarom is de avond vaak zo lastig?
De avond is voor veel mensen een moment waarop gedachten aan eten weer wat sterker kunnen worden. Overdag ben je bezig met van alles en nog wat, terwijl er 's avonds meer rust komt. Je gaat zitten, zet de televisie aan en ineens valt het je op dat je zin hebt in iets lekkers.
Dat kan natuurlijk honger zijn, maar het kan ook een vast onderdeel van je avond zijn geworden.
Misschien is dat moment met een koekje, stukje chocolade of bakje chips voor jou jarenlang een soort afsluiting van de dag geweest. Dan is het niet zo vreemd dat je daar nog steeds aan denkt, ook wanneer je lichamelijk minder behoefte hebt aan eten.
Je kunt dan eens proberen om niet meteen te beslissen of je het wel of niet mag hebben, maar jezelf af te vragen: waar heb ik nu eigenlijk behoefte aan? Soms is het antwoord gewoon: ik wil iets lekkers. Prima.
Maar soms ontdek je dat je vooral moe bent, behoefte hebt aan ontspanning of gewoon even uit de drukte van de dag wilt komen. En dat inzicht kan uiteindelijk veel waardevoller zijn dan weer een nieuwe regel over wat je wel en niet mag eten.
Food noise betekent niet dat je nooit meer aan eten mag denken
De term food noise wordt tegenwoordig veel gebruikt voor het voortdurend bezig zijn met eten. Niet alleen honger, maar steeds weer gedachten over wat je gaat eten, wanneer je weer kunt eten en wat je nog in huis hebt.
Bij sommige mensen wordt dat door GLP-1 een stuk rustiger. Dat kan ontzettend prettig zijn.
Maar rustig in je hoofd betekent niet dat eten volledig uit je gedachten moet verdwijnen. Je kunt nog steeds zin hebben in je favoriete eten, genieten van een maaltijd of trek krijgen wanneer je iets lekkers ruikt. Dat is normaal.
Het doel hoeft dan ook niet te zijn dat je nooit meer aan eten denkt. Eten is nu eenmaal onderdeel van het dagelijks leven. Het wordt vooral prettig wanneer eten niet meer voortdurend je aandacht opeist of bepaalt wat je vervolgens gaat doen.
Je hoeft niet van ieder eetmoment een probleem te maken
Ik denk dat we eten soms onnodig ingewikkeld maken. Een koekje wordt al snel iets wat “slecht” is, een salade iets wat “goed” is en een stuk taart op een verjaardag wordt gezien als iets wat eigenlijk niet had gemogen. Daarmee kun je jezelf behoorlijk veel druk opleggen.
Je kunt daardoor zelfs in de bekende gedachte terechtkomen: nu heb ik het toch verpest.
Je hebt een koekje gegeten en denkt vervolgens dat de rest van de dag toch al verloren is. Daarna eet je misschien meer dan je eigenlijk wilde, juist omdat je het gevoel hebt dat het toch niet meer uitmaakt.
Dat alles-of-niets-denken kan veel meer invloed hebben op je eetgedrag dan dat ene koekje.
Een koekje is gewoon een koekje. Een stuk taart op een verjaardag is gewoon een stuk taart. Je hoeft het niet goed te maken door de volgende dag extra weinig te eten of jezelf te straffen.
Je kunt het eten, ervan genieten en daarna gewoon weer verdergaan.
Wat kun je dan wel doen?
Als je merkt dat je ondanks GLP-1 veel met eten bezig bent, kan het helpen om een paar dagen gewoon eens op te letten wat er gebeurt, zonder meteen allerlei regels te maken. Wanneer krijg je zin om iets te eten? Wat heb je daarvoor gegeten? Is het lichamelijke honger, trek omdat je iets lekkers ziet of ruikt, een gewoonte of speelt er iets in je gevoel?
Misschien kom je erachter dat je iedere middag trek krijgt omdat je lunch eigenlijk te klein is. Misschien merk je dat je vooral gaat snaaien wanneer je moe bent. Of misschien ontdek je dat je iedere avond op hetzelfde moment iets wilt eten, simpelweg omdat dat al jaren zo gaat.
Dat soort informatie zegt veel meer over jouw eetgedrag dan de vraag of je wel of niet genoeg discipline hebt.
En het mooie is dat je daar vervolgens iets mee kunt doen. Niet door alles tegelijk om te gooien, maar door één ding te veranderen wanneer je merkt dat het je in de weg zit.
GLP-1 is een hulpmiddel, geen knop die alles verandert
Dat vind ik misschien wel het belangrijkste om te onthouden. GLP-1 kan ervoor zorgen dat lichamelijke honger en eetlust minder worden. Daardoor ontstaat er ruimte om eens anders naar je eetgedrag te kijken. Je merkt misschien ineens welke gewoontes je hebt, wanneer je uit verveling eet of hoe sterk bepaalde momenten aan eten gekoppeld zijn.
Dat betekent niet dat je vanaf het moment dat je GLP-1 gebruikt nooit meer trek mag hebben, nooit meer iets lekkers mag eten of helemaal niet meer met eten bezig zou mogen zijn.
Je blijft gewoon een mens die kan genieten van eten, die soms uit gewoonte iets pakt en die op sommige dagen misschien meer trek heeft dan op andere dagen.
Het verschil kan zitten in het feit dat je jezelf steeds beter leert begrijpen. Je hoeft niet iedere keer automatisch te doen wat je gewend bent. Je kunt steeds vaker even stilstaan bij wat er op dat moment gebeurt en vervolgens zelf kiezen wat je ermee doet. En dat kan uiteindelijk minstens zo waardevol als het minder honger hebben.
Want GLP-1 kan helpen om de lichamelijke honger rustiger te maken, maar de rest van het verhaal leer je zelf. Je ontdekt wat voor jou werkt, welke gewoontes je wilt houden en welke je liever achter je laat.
Niet alleen minder bezig zijn met eten, maar vooral begrijpen waarom je ermee bezig bent.